top of page
P010 kopie_edited.jpg

Over mij

Ik groeide op in de jaren tachtig, in een Vlaanderen dat snel seculariseerde. Die verschuiving - tussen wat verdwijnt en elders opnieuw opduikt - wekte al vroeg mijn interesse.

Als tiener raakte ik gefascineerd door de Arabische wereld. Begin jaren negentig leidde dat tot studies arabistiek en religiewetenschappen. Wat begon als nieuwsgierigheid groeide uit tot een blijvende belangstelling voor religie als cultureel en historisch fenomeen.

Begin jaren 2000 werkte ik mee aan journalistieke projecten die de plaats van religie in Vlaanderen onderzochten, onder meer in Republica (Studio Brussel) en Piazza (Radio 1).

Daarnaast werd ik docent Arabisch als vreemde taal, in het Talencentrum van de Universiteit Gent en in het volwassenenonderwijs. Een prachtige job. Ik ontmoet er een zeer diverse groep cursisten - van mensen in gemengde relaties en zorgprofessionals tot leerkrachten NT2, cultuurliefhebbers en mensen uit veiligheid en justitie - en kreeg er ook de kans om didactiek te ontwikkelen.

In het kielzog van 9/11 en van het opkomende islamdebat in Vlaanderen, ontwikkelde ik tussen 2005 en 2015 verschillende cultuurmodules over de Arabische wereld voor onderwijs en verenigingen. Dat onderzoek leidde tot publicaties: Over de Koran (2008, Mets & Schilt) en het meer uitgebreide Wat de Koran echt zegt (2016, Davidsfonds), waarin ik het lopende academische debat over de redactiegeschiedenis  van de Koran beter toegankelijk wilde maken voor een breder publiek.

 

Daarnaast werkte ik rond wat men wel eens "de babytijd van islam" noemt: de late oudheid van de zesde en vroege zevende eeuw. Daaruit volgden publicaties over onder meer Jacqueline Chabbi, lemma's voor het  Vademecum van de islam (Damon), en bijdragen over methodiek in de koranwetenschappen en de retorische analyse.

 

Ik ben lid van EUCRES (Europees Centrum voor Religiestudies), dat religie interdisciplinair en zonder waardeoordeel bestudeert als cultureel fenomeen. Af en toe publiceer ik korte bijdragen op Kwintessens. Daarnaast help ik Naric-Vlaanderen bij adviesverlening over buitenlandse diploma’s in de domeinen geschiedenis, religiewetenschappen, en linguïstiek.

 Vandaag lopen drie lijnen in mijn werk samen.
Ten eerste de vraag hoe religieuze taal werkt, en welke cognitieve processen religieus begrip mogelijk maken.
Ten tweede een onderzoeksproject naar de mogelijke psalmische achtergronden van de Korantekst, zowel semantisch als vormelijk.  
En ten derde een verbreding naar het christendom - in Vlaanderen in de eerste plaats het katholicisme.

Dat brengt met bij Requiem, dat in september in de boekhandel ligt. In dat boek onderzoek ik het verdwijnen van het Vlaamse katholicisme als cultureel en existentieel proces. Het verbindt persoonlijke herinnering met religiesociologie en theologische reflectie.

  • Facebook
bottom of page